Is eerder uitzonderlijk bij een tweedehandswagen. Een gebarsten koetswerk
komt enkel voor bij een herstelling die jaren voordien aan de wagen is
gebeurt. Onder het geplamuurde deel is het koetswerk beginnen roesten.
Eerst zit de beperkte roestvoming nog tussen het ijzer van het koetswerk
en de plamuur, maar na verloop van tijd word de roest erger en gaat hij
de plamuur van de plaat weg duwen zodat deze uiteindelijk gaat barsten.
De uiteindelijke oorzaak van het begin van de roestvorming moet gezocht
worden bij de herstelling. Tijdens de herstelling is het ijzer van het
koetswerk op een of andere manier in contact geweest met water of nevel
(eventueel dauw door een nacht buiten te staan) of is het onbehandeld
koetswerk een lange tijd onbeschermd blijven staan. Dit is de basis geweest
van de verdere roestvorming.
Geplamuurde delen worden het best zo vlug mogelijk afgewerkt of bedekt
met een primer (grondverf). Plamuur heeft namelijk een sponseffekt: wanneer
de plamuur in contact komt met vocht word het vocht naar het ijzer van
de plaat gezogen met als roestvorming als gevolg.
Dit is vanzelfsprekend niet aan de orde wanneer het koetswerk uit polyester bestaat. |
|